Tonny Buijs Tuinverzorging - naar Startpagina

Eldense Blauwe / Tuinorchideeën / Varens


Over Tonny Buijs

Omdat ik zo goed kon leren was ik voorbestemd om naar de Universiteit te gaan. In Nijmegen studeerde ik af als Milieu-geograaf. Maar de daaruit voortvloeiende mogelijkheden tot de arbeidsmarkt trokken me niet. Mijn creativiteit, en het werken met mijn handen in de buitenlucht, kon ik kwijt in de tuin en in de natuurfotografie. Mijn creativiteit en de vloed aan ideeën werden gevoed door mijn fietsreizen. Mijn lerende geest stelde zich open voor IJsland en zijn cultuur. Een studie werd gemaakt van de IJslandse Saga's en twee Nederlandse vertalingen daarvan volgden. Tijdens deze periode van mijn leven publiceerde ik een zestal boeken. Vier daarvan, waaronder de saga-vertalingen, zijn hier te downloaden.

Langzaam tekenden zich wel de contouren af waar mijn interesses en vaardigheden lagen. Alles voerde richting de tuin; een eigen stukje paradijs. De liefde voor de natuur, het creatieve in het ontwerp, het maken van dingen of het zien groeien van planten, en simpelweg het buiten zijn, dat motiveert en inspireert mij. Het werd tijd een nieuwe richting aan mijn leven te geven. Daarom besloot ik in 2011 te beginnen aan een opleiding tot Vakbekwaam hovenier. Inmiddels heb ik deze met veel succes afgerond. Heel veel kennis bezat ik natuurlijk al, maar het was fijn deze nog eens gestructureerd aangeboden te krijgen. En met name de lessen plantenkennis, het grootste deel van de opleiding bestond daaruit, bleken nuttig. Met deze stok achter de deur en enige discipline bleek het mogelijk al heel snel het grootste deel van de gangbare tuinplanten en parkbomen te herkennen en toe te passen.

Hieronder staan een paar interessegebieden waar ik me de laatste jaren specifiek mee bezig heb gehouden: de Eldense Blauwe pruim, tuinorchideeën en varens.

Over Tonny Buijs / Tuinorchideeën / Varens

Eldense Blauwe
De Eldense Blauwe is een pruim wiens naam is afgeleid van het Betuwse dorpje Elden. Als bijna geboren, maar zeker getogen Eldenaar heb ik grote belangstelling voor dit pruimenras. Zeker omdat de oorsprong van het ras omgeven is door mysterie en het maar zo kan zijn dat er van de echte Eldense Blauwe nog maar een tiental volwassen bomen over is. Om het ras te behoeden voor uitsterven ben ik betrokken geraakt bij de vermenigvuldiging van deze bomen. En daar zit een andere uitdaging. Het vermeerderen van pruimenbomen is, zeker in vergelijking met appel- en perenbomen, niet gemakkelijk...

Naamgeving
Volgens overlevering is de pruim door de Eldense fruitkweker Geurtsen in 1904 aangevoerd bij de Veiling Vereniging Over-Betuwe in Elst. Deze veiling is opgericht in 1903. Omdat de keurmeester van de veiling de pruim niet herkende, heeft de directeur van de veiling bepaald dat de pruim Eldensche Blauwe ging heten.

Andere namen
De naam Eldense Blauwe wordt bijna altijd als synoniem gezien met de namen Early Rivers en Early Rivers Prolific (deze laatste twee zijn zeker synoniem, dat wil zeggen dat het zonder twijfel gaat om dezelfde pruim). Ga je naar een fruitboomkweker dan zul je merken dat er geen gebrek is aan deze met Engelse naam getooide bomen. Ga je ervan uit dat ook de Eldense Blauwe naam een synoniem is dan groeien er in Nederland en Engeland misschien wel duizenden Eldense Blauwen. Hier zit echter de grote twijfel: Is een Eldense Blauwe een Early Rivers?

Early Rivers
Wat weten we van deze pruim? In Engeland was een fanatieke pruimenkweker actief genaamd Thomas Rivers. Deze man gebruikte de Franse pruim 'Précoce de Tours', de vroege van Tours, als pittenleverancier. Deze pitten zaaide hij en uit de gegroeide boompjes selecteerde hij er een die hij in 1834 de naam 'Early Rivers' gaf (de vroege van Rivers). Door enten en / of oculeren werd deze boom ongeslachtelijk vermeerderd. En het werd een zeer populair ras.
    Zo populair zelfs dat ze overzees geëxporteerd werd en onder andere in Elden terechtkwam. Eerder genoemde fruitkweker Geurtsen teelde ze wellicht en ging met zijn oogst naar de veiling in Elst. Wat gebeurde daar? Dat weten we niet precies en het volgende is slechts speculeren. De veilingmeester herkende de blauwe pruimen niet als zijnde Early Rivers, terwijl dit toch een populair ras was. Hebben we hier te maken met een onbekwame keurmeester? Dat lijkt mij niet aannemelijk.
    Bovendien wist Geurtsen kennelijk ook niet wat er aan zijn bomen hing, want anders had hij de keurmeester kunnen zeggen dat het Early Rivers waren. Hoe dan ook, de pruim werd Eldensche Blauwe gedoopt.
    Is hiermee nu aangetoond dat de Eldense Blauwe geen Early Rivers is? Geenszins.
    De Early Rivers en Eldese Blauwe lijken zoveel op elkaar dat zeker een leek ze niet uit elkaar zal houden. Er moet daarom welhaast een genetische verwantschap bestaan. Bovendien blijft men in de literatuur hardnekkig volhouden dat beide pruimennamen synoniem zijn (het fenomeen copy-paste is in deze echter geen onbekende).

Dit vraagt om nader onderzoek. Alleen al omdat ingewijden, Eldenaren op respectabele leeftijd, het geheugen van de gemeenschap, verschil menen te proeven.


Hypothese
Uit overlevering is bekend is dat de Eldense rozen- en fruitboomkwekers Booij en Crans veel met pitten experimenteerden1. Zij deden in feite hetzelfde als wat Thomas Rivers in Engeland deed. Hebben zij soms een Early Rivers gebruikt als pittenleverancier? Zij hadden in elk geval de beschikking over deze bomen. Hebben zij uit al die zaailingen een boom (of misschien zelfs wel bomen) geselecteerd die later de Eldensche Blauwe werd genoemd? Mocht dit het geval zijn, dan rest er van de erfenis van Booij en Crans, wellicht niet meer dan een tiental volwassen bomen. En dan is het alle hens aan dek om dit culturele erfgoed voor Elden te behouden.

1. Dat Booij en Crans de Early Rivers verder wilden verbeteren is niet zo raar. Thomas Rivers zelf bijvoorbeeld gebruikte de Early Rivers om uit de gezaaide pitten de bekende Czar-pruim te selecteren. Daarbij hebben Booij en Crans met zekerheid ook een nieuw appelras (de Eldensche Bellefleur) en een nieuw kersenras (de Antoinette) geïntroduceerd.

DNA
DNA-onderzoek zal met zekerheid uitsluitsel geven. En ik ben ervan overtuigd dat dit onderzoek eens zal plaatsvinden. Zeker tot dat moment blijft het belangrijk om door te gaan met het vermeerderen van het tiental resterende Eldense Blauwe bomen.

Nu ik enige jaren betrokken ben bij deze materie begin ook ik er steeds meer van overtuigd te raken dat de Eldense Blauwe geen Early Rivers is. Om er eens twee verschillen uit te pikken. De geënte jonge bomen van het laatste tiental dat naast even oude Early Rivers groeit produceert pruimen die anders smaken. Dat is een feit. De Early Rivers zijn duidelijk zoeter. De suikerverslaafde hedendaagse consument zal ze zeker lekkerder vinden. Ik kan het zurige van het tiental wel waarderen. Daarnaast leveren de Early Rivers veel meer maar kleinere pruimen per boom. Een synoniem van Early Rivers is niet voor niets Early Rivers Prolifc, waarbij Prolific ongetwijfeld slaat op de grote productiviteit van de boom.

Update: Het DNA-onderzoek heeft ondertussen plaatsgevonden. Helaas is de hypothese ontkracht. Het staat nu vast dat alle door ons geselecteerde Eldense Blauwen identiek zijn aan de Early Rivers.
   Verschillen in smaak en grootte van de pruimen kunnen terug te voeren zijn op de gebruikte onderstammen, de wijze van snoeien, en de standplaats.

De andere uitdaging
Het behoud van enig Eldens cultureel erfgoed is een van mijn drijfveren om me bezig te houden met de Eldense Blauwe. Het bezig zijn met fruit is een andere. Ik vind het leuk om allerlei fruit te laten groeien om het daarna direct van de plant te kunnen eten. De smaak daarvan is echt niet te vergelijken met die van een gekocht product.

Daarbij, wat is er nu leuker dan een zelf geënt fruitboompje in de tuin, of misschien wel een eigen boomgaard, te hebben staan? Ik begon daarom met het enten van appel- en perenonderstammetjes met enthout dat ik knipte van bomen met een bepaalde geschiedenis. Al snel bleek dit geen al te moeilijke klus. Een slagingspercentage van bijna honderd is zelfs geblinddoekt nog te halen. Hoe anders is het met de pruimen... Maar goed, als het moeilijk wordt is de uitdaging des te groter en daarmee ook de voldoening als het lukt. Pruimenenten is écht een vak apart. “Krenge benne ut.” Gelukkig ging het enten afgelopen jaar beduidend beter. Wat heet: mijn slagingspercentage ligt inmiddels hoger dan dat van een professionele fruitboomkweker!

Het is leuk met deze haast ambachtelijke technieken bezig te zijn; haast niet te vergelijken met het kweken van tuinorchideeën waarvan het zaaien en verspenen onder laboratoriumomstandigheden plaatsvindt.


Over Tonny Buijs / Eldense Blauwe / Varens

Tuinorchideeën
De meeste mensen kijken me niet begrijpend aan wanneer ik vertel dat ik tuinorchideeën kweek. Vertrouwd als ze zijn met de Vlinderorchideeën (Phalaenopsis hybriden) in de vensterbank wordt al snel gedacht dat orchideeën alleen in de tropen groeien. Niets is minder waar. In Nederland bijvoorbeeld groeien zo'n veertig soorten orchideeën zomaar in het wild in de natuur. Enkele daarvan kunnen prima in een tuin groeien en kunnen zich daar zelfs vermeerderen. Het vereist wel iemand met bijzonder groene vingers om dat voor elkaar te krijgen.
    Zelf kwam ik met wilde orchideeën in contact tijdens mijn omzwervingen als natuurfotograaf. De aparte bouw van een orchideeënbloem trok altijd weer de aandacht. Het zijn echter niet de makkelijkste modellen om te fotograferen, hoe bijzonder ze ook zijn.
    Tijdens een orchideeënbeurs, hier dichtbij in Oosterhout, zag ik dat deze 'wilde' orchideeën te koop werden aangeboden als tuinplant. Dat bood perspectief voor de fotograaf. Je eigen planten thuis fotograferen is veel makkelijker dan ergens in een veldje te liggen ploeteren. Mijn interesse was gewekt. Ik ging helemaal overstag toen ik de aangeboden Vrouwenschoentjes zag; Cypripedium calceolus is de ongekroonde koningin van de Europese flora. En deze plant werd hier zo maar verkocht!
    Ik schafte enkele orchideeën aan waaronder een paar soorten Vrouwenschoentjes (het geslacht Cypripedium omvat zo'n vijfenveertig soorten). Wonder boven wonder slaagde ik erin ze in leven te houden en een nieuwe hobby was geboren. Op een gegeven moment begon ik de bloemen te bestuiven en dat resulteerde in peulen vol zaad. Zelf kon ik die niet zaaien, dus gaf ik ze aan liefhebbers die dat wel konden. Hen gelukte het uit dit zaad plantjes op te kweken.
    De volgende stap laat zich raden: zelf zaaien! Dat is echter zo makkelijk niet. Daar heb je een mini laboratorium voor nodig. Anders dan 'normaal' zaad bevat dat van een orchidee geen reservevoedsel. Orchideeënzaad is niet meer dan een klompje cellen (het embryo) dat is omgeven door een zaadhuid. In de natuur wordt de zaadhuid door specifieke schimmels doorboort. Het embryo gebruikt de binnendringende schimmel vervolgens als voedselleverancier. Zonder de juiste specifieke schimmels in de bodem kan orchideeënzaad niet kiemen. Daarom is het een vrij kansloze missie om orchideeënzaad te zaaien als ware het zaad van bijvoorbeeld éénjarigen.
    Hoe gaat het dan wel? In het laboratorium wordt het zaad ontsmet. Daarna wordt het onder steriele omstandigheden op een voedingsbodem gezaaid. Bevat die voedingsbodem die specifieke schimmels? Eigenlijk niet (al wordt hiermee door enkelen wel geëxperimenteerd). Hoe kan het zaad dan toch kiemen? Door het ontsmetten raakt ook de zaadhuid beschadigd en enigszins doorlaatbaar. Daarbij is de gemaakte voedingsbodem zo samengesteld dat luilekkerland voor een orchidee erbij verbleekt. Mocht een orchidee dan nog niet willen kiemen dan worden ze een handje geholpen met bepaalde groeihormonen. Simpel is anders, de uitdaging... etc.
    De Vrouwenschoentjes hebben de naam zeer moeilijk te zijn wat betreft kieming. Omdat ze zo mooi zijn ben ik er toch mee aan de gang gegaan. En met het nodige succes (al zeg ik het zelf). De weg van zaad naar bloeiende plant is lang en zit vol valkuilen. Vijf jaar na zaaien mag je hopen op een bloem. Als die knop dan uiteindelijk ontluikt, dan heb je ook wat.
    Zonder groene vingers zou ik aan het planten van tuinorchideeën niet beginnen.

Om eens wat dichterbij huis te blijven. In en rond Elden groeit de 'wilde' orchidee: de Breedbladige wespenorchis (Epipactis helleborine). De schoffelaars in dienst van gemeente Arnhem herkennen deze beschermde planten niet en ze vallen daardoor nogal eens ten prooi aan een bosmaaier. Ze groeien echter ook gewoon bij Eldenaren in de tuin, gewoon spontaan daar opgekomen. Maar ook zij herkennen ze vaak niet...

De Vrouwenschoentjes (uit het geslacht Cypripedium) zijn de mooiste en opvallendste tuinorchideeën en daar steek ik dan ook de meeste tijd en moeite in. Maar er zijn veel meer orchideeën die geschikt zijn voor in de tuin. Tenminste als de tuinman houdt van een uitdaging. Om een paar geslachten te noemen met interessante soorten:
Cypripedium
Epipactis
Dactylorhiza
Calanthe
Pleione (eigenlijk meer voor in schalen dan voor in de volle grond)
Bletilla
Spiranthes

Denk dan aan de relatief gemakkelijke soorten:
Cypripedium reginae
Cypripedium ventricosum
Epipactis palustris – Moeraswespenorchis
Epipactis gigantea – Grote wespenorchis
Epipactis 'Sabine' – kruising tussen de Grote- en de Moeraswespenorchis
Dactylorhiza maculata – Gevlekte orchis
Dactylorhiza majalis subsp. praetermissa – Rietorchis
Calanthe sieboldii
Pleione formosanum
Bletilla striata
Spiranthes cernua – Amerikaanse herfstschroeforchis

Een groter verschil dan tussen orchideeën en varens is nauwelijks denkbaar. Toch vind ik het verzamelen en kweken van varens (bijna) net zo interessant.

Over Tonny Buijs / Eldense Blauwe / Tuinorchideeën

Varens
Dit lijkt wel een verloren groep planten. Het is opvallend dat we er op school tijdens drie jaar lessen plantenkennis nog geen minuut aandacht aan hebben besteed. Misschien ligt het eraan dat ze geen bloemen produceren en alleen maar saai groen zijn. Maar goed, ik heb er wel wat mee. Zoveel bladvormen en verschillende kleurentinten; en dan groeien ze vaak ook nog op plekken waar niets anders wil groeien.

Juist omdat ze geen bloemen hebben is de voorplantingscyclus ook heel anders dan we van 'normale' planten gewend zijn. Ik denk dat ieder kind eens de sporen van een varen moet zaaien tijdens een les biologie. Moeilijk is het niet. Een doorzichtig bakje vullen met wat vochtige potgrond. Dekseltje erop en het geheel even steriliseren in een magnetron (3 minuten, 700 Watt). Daarna de sporen uitstrooien en het bakje in het licht, maar uit de zon, wegzetten. Na enkele weken ontstaat er een groene waas: dit zijn de generatieve plantjes, de mannetjes en vrouwtjes van de varen, het prothallium. Zaadcellen, eicellen en een regenbui (zaadcellen moeten zich immers kunnen verplaatsen) meer is er niet dan niet nodig om vervolgens een nieuwe varen te laten uitgroeien.

Een paar interessante varens om eens te Googelen:
Adiantum aleuticum
Dicksonia antarctica
Athyrium niponicum 'Pictum'
Athyrium 'Ghost'

Met andere woorden: varens verdienen in elke tuin een plaats.

Tonny Buijs Tuinverzorging

Telefoon: 0640162541
Facebook: Tonny Buijs Tuinverzorging
Kamer van Koophandel: 59702575
E-mail: info@tonnybuijs.nl